“Een zitplaats in de bus sla ik niet meer altijd af”
Niet goed kunnen zien is lastig. Tegelijkertijd is het geen reden om je ambities naar beneden bij te stellen, of tevreden te zijn met een wat rustiger leven in de marge. Tjarda Struik (34) combineert een maatschappelijke carrière met politieke ambities en een gezinsleven met twee jonge kinderen: “Ook voor een slechtziende zijn er oplossingen waardoor iets wel kan, als je het echt wil.”
Tjarda Struik wordt in de lente van 1986 geboren, in het Gelderse Putten. Haar vader is ondernemer in de voedingsindustrie en in het gezin gaan ‘de zaak’ en het privéleven als vanzelfsprekend samen. Aanschuiven bij etentjes met zakenrelaties doet ze, samen met haar zus, al vanaf haar prille jeugd. Haar eigen ondernemersgeest richt zich in eerste instantie op dieren: “We hadden een grote tuin waar ik kippen en konijnen fokte. Ik wist al snel dat ik later dierenarts wilde worden.” In diezelfde tuin komt voor het eerst het vermoeden bij haar ouders op dat ze misschien oogproblemen heeft. “Ik was daar ’s morgens vroeg vaak aan het spelen. Mijn vader zwaaide dan vanaf het huis wanneer hij naar de zaak ging. Het viel hem op dat ik wel keek, maar niet terugzwaaide.”
Autorijden
Het blijkt dat Struik maculadegeneratie had, waardoor ze in het midden van haar ogen – dat deel van het netvlies waar je het scherpst mee waarneemt – niets meer ziet. Zonder er zelf last van te hebben, bleken haar beide ouders drager te zijn van het erfelijk gen dat de ziekte veroorzaakt. De aandoening is progressief, maar leidt niet tot volledige blindheid. Vijf procent visus blijft over, waarbij wel de scherpte verder vermindert omdat Struiks ogen zich extra moeten inspannen. “Nog steeds voel ik me er regelmatig rot over dat ik niet goed kan zien, niet kan lezen en niet kan autorijden. Op die momenten laat ik dat toe, daarna is het weer klaar en ga ik door. Mensen met een beperking zijn vechters, ik ook.”
Sneeuwscooter
Gelukkig snappen haar ouders dat zij, net als elk ander kind, regelmatig iets wilde doen wat niet zonder risico was. Zoals bijvoorbeeld zelf naar school fietsen. “Daar waren mijn ouders wel slim in. Ze lieten het toe, maar vertelden me niet dat er telkens iemand – zonder dat ik dat wist – achter me aan fietste om groter onheil te voorkomen.” Risico’s nemen doet Struik nog steeds: “Vorig jaar waren we op vakantie in Lapland, onder andere voor het Noorderlicht. Ik heb daar veel te hard op een sneeuwscooter rondgereden. Compleet onverantwoord natuurlijk, maar zo heerlijk!”
Groningen
Bijgestaan door Bartiméus gaat Struik naar een reguliere basis- en middelbare school, om vervolgens in Groningen psychologie te gaan studeren. De studie is een bewuste keuze, de stad eveneens: “Ik kende het daar al een beetje, mijn opa en oma woonden in Haren. En het is een behapbaar kleine stad, waar ik mezelf op de fiets kon redden.” Ze stort zich in het studentenleven en geniet er met volle teugen van. Tegelijkertijd vergeet ze niet om af te studeren. Dit ondanks dat veel taken haar extra tijd kosten en ze tussentijds nog eens drie maanden Engelse les geeft op West-Sumatra.
Poedel Boris
Voor Struik is het altijd belangrijk geweest om zich niet door haar visuele beperking te laten weerhouden. “Natuurlijk wist ik op een gegeven moment wel dat dierenarts geen reële optie was. Vanuit thuis heb ik meegekregen naar manieren te zoeken om iets wél te bereiken. Ze hebben nooit op voorhand gezegd dat ik iets niet kon.” En dus is Struik bijvoorbeeld een redelijk fanatieke hardloper, met een marathon op haar naam. Haar zwarte poedel Boris rent dan steevast mee. “Het is zo fijn om te doen. Af en toe bots ik op een fietser of een andere hardloper omdat ik niet goed kan anticiperen op hun reactie, maar ik zou het voor geen goud willen missen.”
Treinstation
Struik woont samen met haar vriend Frans (die geen drager van het erfelijke gen bleek) en hun kinderen Cecilia (2 jaar) en Constantijn (5 maanden) in het gemoedelijke Den Dolder. De woning is prachtig, het bos ligt naast de deur. Toch speelden bij deze keuze factoren mee die verband houden met haar visuele beperking: “Zeker. Het is voor mij belangrijk dat het treinstation slechts op 80 meter afstand ligt. Zo kan ik me nog enigszins gemakkelijk verplaatsen. Maar net zo goed is het van belang dat de kinderen al spelend niet zomaar een drukke straat op kunnen rennen, als ik dat even niet in de gaten heb.”
Stoep
Het opvoeden van haar kinderen met een ziende partner vraagt volgens Struik vooral om consequent te zijn en uitleg te geven. Al is dat soms niet leuk: “Wanneer Frans met Cecilia buiten is, mag ze bijvoorbeeld op straat fietsen. Als ze met mij is, moet ze op de stoep blijven. ‘Omdat mama niet zo goed kan zien’, leg ik haar dan uit.” Haar dochter begrijpt dat al heel goed: “Ik vraag haar vaak om me ergens mee te helpen of iets voor me te pakken. Dat vindt ze leuk.” Door deze strengere regels kan Struik gemakkelijker in haar eentje iets met haar kinderen ondernemen. “Daar hecht ik veel waarde aan. Dat ik zelfstandig met ze op pad kan.”
Zitplaats
Je niet laten weerhouden door je beperkte visus is één kant van de medaille. Erkennen dat je een beperking hebt, is de andere kant. Dat laatste heeft Struik lang proberen weg te duwen, totdat ze na haar studie voor therapie naar Het Loo Erf in Apeldoorn ging. “Ik heb er onder andere geleerd om met een stok te lopen. Nou, dan is het lastig volhouden dat je geen beperking hebt. Ik bén die beperking niet, maar het hoort wel bij me. Dat heb ik sindsdien aanvaard, waardoor mijn leven gemakkelijker is geworden. Wanneer iemand in de bus me een zitplaats aanbiedt, sla ik dat niet meer automatisch af.”
Ambitieus
Op datzelfde Het Loo Erf zette Struik haar eerste stap op de maatschappelijke ladder, als communicatiemedewerker. Ze sloeg daarna vaker een treetje over en stuurt tegenwoordig als manager Wonen en Dagbesteding bij Visio ongeveer 55 mensen aan. Haar dagen lijken door deze fulltime baan en het opvoeden van haar twee kinderen stevig gevuld, maar dat ziet ze anders: “Ik ben ambitieus en wil zoveel mogelijk uit het leven halen. We hebben een au pair in huis, maar dat is deels ook omdat veel taken mij, vanwege mijn beperkte visus, meer tijd en moeite kosten dan andere moeders.”
Politiek
En daardoor komt weer tijd vrij voor een andere ambitie: sinds 2018 zit ze voor de VVD in de gemeenteraad van Zeist. Het besluit om de politiek in te gaan, maakt ze weloverwogen. “Ik heb eerst met veel mensen gesprekken gevoerd over wat het precies inhoudt en of zij dachten dat het iets voor mij was. Pas daarna ben ik campagne gaan voeren.” Ze voelt zich niet per se de woordvoerder van iedereen met een beperking, toch trekt ze er vaak over aan de bel: “Het is eigenlijk standaard dat er in de raad bij nieuwe voorstellen of te nemen maatregelen in eerste instantie geen rekening wordt gehouden met mensen met een beperking. Dus die rol neem ik wel op me. Maar verder wil ik er voor iedereen zijn.”
Burgemeesterschap
Haar werk als manager in de zorg en haar politieke carrière moeten voor Struik de opmaat worden naar een bestuursfunctie in de publieke sector: een plek waar ze haar verzamelde kennis en ervaringen kan delen. Waar ze bestuurlijke beslissingen kan nemen, vanuit haar oprechte zorg voor mensen. Zou dan uiteindelijk een burgemeesterschap niet iets voor haar zijn? Struik veert op en begint breeduit te lachen: “Jij zegt het!”
Bron: Katholieke stichting voor slechtzienden en blinden