Bron: ZIEZO-magazine

Auteur + fotograaf: Jellien Tigelaar

Tjarda Struik is bijna blind en begon nog geen jaar geleden een TikTok‑account. Haar video’s zijn een groot succes: inmiddels heeft ze ruim 125.000 volgers en dat aantal groeit elke dag. Genoeg om fulltime #blindfluencer te worden, zou je zeggen. Maar één ding wil ze nóg liever: burgemeester worden.

“Hoi, ik ben Tjarda en ik ben bijna blind.”
Met die zin begint Tjarda elke TikTok‑video. “Zo maak ik direct duidelijk dat ik nog maar weinig zie, ongeveer 5%. Dat is het laatst vastgestelde percentage. Hoeveel ik nu nog zie weet ik niet precies, en ik hoef het ook niet meer te weten. Mijn zicht is van alle details ontdaan; ik zie alleen nog maar vage vormen en kleuren en kan geen mensen herkennen of gezichtsuitdrukkingen zien.
Toen ik een jaar of zes was heb ik heel wat bezoeken gebracht aan verschillende oogartsen. Pas later kreeg ik de diagnose: juveniele maculadegeneratie. Voor mijn ouders een opluchting om te weten wat het precies was. Tot ik zelf kinderen kreeg, heb ik nooit beseft hoe zwaar het voor hen geweest moet zijn: weten dat je kind steeds slechter gaat zien. Voor mij als kind was het anders. Mijn zicht ging zó langzaam achteruit, dat ik het in mijn vertrouwde omgeving niet eens door had. Op verjaardagsfeestjes merkte ik wel dat kinderen naar me keken. Ik wilde erbij horen en probeerde mijn oogaandoening jarenlang te verstoppen.”

Blindenstok
“Tot het niet langer ging. Op mijn 25e verhuisde ik van Groningen naar Amsterdam. Daar merkte ik dat mijn zicht veel te slecht was voor het fietsen door een drukke stad. Ik raakte spullen kwijt als ik niet meer wist waar ik het had neergelegd. En zo kwam ik terecht bij Het Loo Erf voor een intensief revalidatietraject. Het meest zichtbare resultaat na 9 maanden? Ik had ineens een blindenstok. Vreselijk vond ik dat. Pas toen kreeg ik echt het stempel ‘blind’.”

Wat kan er wél?
“Ik heb het nog steeds niet geaccepteerd”, vertelt Tjarda heel eerlijk. “En dat ga ik ook nooit doen. Ik wil wél kunnen zien. Mijn kinderen groot zien worden. En zijn zoals de rest van Nederland. Het doet pijn om steeds afgewezen te worden in een sollicitatieprocedure. Het doet pijn als niet ik, maar mijn man aangesproken wordt als ik een ijsje wil kopen. Het doet pijn om voor de zoveelste keer in het ziekenhuis te worden geconfronteerd met wat je niet meer kunt. Daarom kijk ik liever naar wat er wél kan. Het is makkelijk om te klagen over wat er allemaal niet meer lukt. En te roepen dat de wereld veel toegankelijker en inclusiever moet worden. Maar ik zou willen oproepen: ga er maar aan staan. Wat kan er wél? En wat ga jij morgen anders doen om een verschil te maken?”

Unique selling point
“Er kwam een moment dat bij mij de knop om ging: ik ga mijn aandoening voor me laten werken. Juist dat wat ik zo vervelend vond, werd mijn unique selling point. Ik startte mijn eigen bedrijf en mijn business coach raadde me aan om op social media te gaan. Dus ik deed een cursus en ben elke dag story’s gaan maken om comfortabel te worden met de camera. Onze toenmalige inwonende oppas vroeg of ik TikTok kende en zo is het begonnen. Ik had nooit kunnen bedenken dat ik zoveel volgers zou krijgen. Sterker nog, ik vond het eerst doodeng. Het ging ook niet gelijk goed. Ik ging van het Engels over naar het Nederlands en werd steeds losser. Ik probeer met positiviteit en humor mijn verhaal te doen. En nu is het serieus: de teller staat op meer dan 125.000 volgers en ik heb hulp nodig om alle berichtjes te beantwoorden.”

Burgemeester worden
“Ik zou m’n werkweek fulltime kunnen vullen met social media. Maar er is één ding wat ik nog veel liever wil, en dat is burgemeester worden. Ik ben al ruim vier jaar gemeenteraadslid in de gemeente Zeist. En ondertussen heb ik al heel veel mensen gesproken over alle mogelijke functies in de politiek. In politiek ben je vaak bezig met verschillen zoeken en benadrukken, maar ik vind het leuker om te kijken wat je gemeenschappelijk hebt, en hoe je compromissen kunt sluiten. Het lijkt me mooi om een beetje ongemerkt invloed uit te oefenen, puur door er te zijn. Het burgemeesterschap is een heel verantwoordelijke baan. Je bent behalve boegbeeld van het bestuur ook een moeder‑ of vaderfiguur voor de mensen, die zich bezighoudt met hun veiligheid en welzijn.”

Gezocht: een gemeente met lef
“Weet je wat het ook is? Er zijn niet veel voorbeelden van vrouwen met een visuele beperking die topfuncties bekleden. Ik vind het belangrijk dat die er meer komen. En als je verandering wil, begint die bij jezelf. Er is nog maar één blinde burgemeester geweest in Nederland. Om het burgemeesterskorps een betere afspiegeling te laten zijn van de samenleving is er elk jaar een oriëntatieprogramma vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor 16 kandidaten die interesse hebben in het ambt.
Ik heb me aangemeld en ben toegelaten. Ik zou graag burgemeester willen worden, maar alleen als ik mezelf kan blijven. Het getuigt van lef als een gemeente ja zegt tegen mij.”

Niet zo zwaar
Ambities en energie genoeg, zo lijkt het. Maar, vertelt Tjarda, dat geldt niet voor alles. “Er zijn veel dingen die me veel te veel energie kosten ‑ en die ik daarom niet meer doe. Boodschappen doen, koken, schoonmaken: ik ben er veel te lang mee bezig omdat ik het veel te gestructureerd doe. We hebben een inwonende oppas en ik zorg dat ik alles in mijn leven uitbesteed wat me te veel energie kost. En als je je concentreert op de dingen waar je energie van krijgt, voelt het helemaal niet zo zwaar.”

‘Is dat nu wel verstandig?’
“Ik denk dat ik zo zelfstandig ben geworden omdat mijn ouders me zelf uitdagingen aan lieten gaan. Ik heb heel wat afgehuild over mijn beperking. Maar ik heb ook heel veel zelf ondernomen. Zo moest en zou ik op de fiets naar school. Mijn ouders wisten niet precies hoeveel ik nou zag, maar lieten me tóch alleen fietsen. Ze reden wel achter me aan zonder dat ik het wist, om te checken of het goed ging. Ook had ik als een van de eersten een telefoon. Om hen te bellen als ik hulp nodig had bij het oversteken van een drukke weg. Ze stonden me daar niet op te wachten, maar waren er altijd voor mij en gaven mij de tools om me te helpen als ik er zelf om vroeg. Ik heb altijd alles gewoon gedaan, zoals paardrijden en hardlopen. Niemand die aan mij vroeg: ‘Is dat nu wel verstandig?’. Ik gun het jonge mensen met een visuele beperking om fouten te maken. Hoe jonger je bent, hoe meer je van je fouten leert. Hoe ouder je bent, hoe groter de fouten zijn. Laat ze maar een keer tegen iets aanlopen en word geen curlingouder die altijd maar de weg vrij wil maken in het leven van je kind. Dat geef ik ook aan mijn eigen kinderen mee. Ik hoop dat iemand mijn verhaal hoort en denkt: Tjonge, deze vrouw ziet bijna niks meer. Als zij dit voor elkaar krijgt, dan kan mijn kind met een visuele beperking óók zijn of haar dromen verwezenlijken.”

Tjarda Struik (36) groeide op in Putten en studeerde psychologie in Groningen. Is getrouwd met Frans (36) en moeder van Cecilia (4) en Constantijn (2). Werkt als gemeenteraadslid in Zeist en als projectmanager bij het Bartiméus Fonds. Is fanatiek hardloper en te boeken als contentmaker en spreker; tjardastruik.nl.

Ga naar de inhoud